






|

|

Semana Santa en Sevilla.
19 april 2000
Het is
03.00 uur in de ochtend en ik schrik wakker. Mijn trein, bedenk ik mij
en spring uit bed."Godzijdank"ik heb nog een uur maar de slaap wil niet
meer terugkomen en ik besluit om geluidloos een douche te nemen, koffie
te zetten, ontbijtje in elkaar frommelen en het pand als een dief in de
nacht te verlaten. Dick hoort echter elke stap en wenst me een goeie reis
toe en zichzelf nog een paar uur normale slaap want ook hij heeft onrustig
geslapen. De trein heeft vertraging omdat alle passagiers door dezelfde
deuren moeten in verband met de kaartjescontrole. Zo tussen vroege vogels,
vroege reizigers en late uitgaanders, stoned of niet stoned, is het afwisselend
reizen. Via Den Haag c.s. (het zal toch wel de goeie trein geweest zijn,
richting Schiphol. Inchecken, geen commentaar op passagiers met golfsticks
Leo, en door naar de gate. Alles verloopt volgens planning. Taxfree kopen
is er niet bij want de aantrekkingskracht is door de Europese Unie de
kop ingedrukt en ik kijk met een half oog naar de vriendelijke prijzen
van jenever en sigaretten.
Wij vertrekken
met 30 min vertraging maar dan zijn we echt op weg naar Sevilla. Geen
ontbijt gezien, geen medereiziger bekeken, ik lag gewoon in coma. Maar
met 1.92 m en een recreatieruimte van 30 cm, is het gauw uitgekeken raken.
De resterende vliegtijd irriteert me. Ik wil eigenlijk een sigaretje,
verslaafd jawel, praatgroep, hulpverlening en koop chocola die ik opeet
alsof het mijn laatste kans is. Landing Sevilla, en casa. Jolita staat
al te wachten en wij gaan met de taxi naar het Hotel. Midden in de wijk
Santa Cruz een wirwar van kleine smalle straatjes waar je met 2 man amper
kunt lopen maar waar de geraniums bloeien in de Sevillaanse potjes op
de balkons. Het geurt nog lichtjes naar Azahar, de bloesem die zo kenmerkend
is voor de sinaasappelbomen.
Het Hotel
is niet met de taxi te bereiken en ik sleep de samso over de keitjes en
daarbij ervoor zorgdragend dat iedereen weet dat ik er ben. Koffer uitgepakt,
naar de kroeg, un americano por favor en dan weet ik dat weer in Spanje
ben. De radio en TV staan allebei aan en er wordt druk gesproken in de
bar. Niemand luistert of kijkt maar zet ze alsjeblieft niet uit want dan
is het stil.
We gaan
op weg. De eerste paso gaan wij bekijken op de Sierpes. Een paso is een
processie. Elke parochiekerk voert 1 misterio in de tocht. Een misterio
stelt een statie voor uit de Kruisweg. Dus Pontius Pilatus, de Goede en
de slechte moordenaar, het verraad van Judas etc. De beelden staan op
een grote baar, meer een kist. Daaronder lopen de costileros. Een erebaan
voor hele sterke kleine mannen, hoog Michelingehalte met een doek over
hoofd getrokken die met een rol in de nek eindigt. Die rol Beschermt hun
nek bij het optillen van de baar. De baar zelf is bijna 20 meter lang
en gemaakt van hout. Prachtige vergulde decoraties en kleden die de kleuren
van rouw en symboliek dragen, ontnemen hun het zicht op de straat. Daarom
loopt er een functionaris voor die links, rechts, links rechts roept en
na 12 meter stopt de baar omdat het gewicht te zwaar wordt.
Die costileros
worden wel afgewisseld door collega's. Om die 100 meter wisselen ze. Bedenk
dat een paso wel 7 uur kan duren. Als de mannen de baar hebben opgetild,
klinkt het applaus en als dan de 2e baar komt waarop de Maria van de Parochiekerken
staat, is de hel los. Guapa, guapa roepen de mensen en gooien bloemblaadjes
naar het beeld dat versierd is met de mooiste mantels en vol bloemen en
kaarsen. Altijd een baldakijn om Haar te beschermen en het balkon gaat
automatisch tegen de richting in van de lopers dus altijd laveren en evenwicht
houden. Het is doodstil als de 2 beelden groepen passeren. Respect voor
alles wat met traditie en kerk te maken heeft en niemand die het waagt
om geintjes te maken of om protest aan te tekenen. De stoet wordt voorafgegaan
door boetelingen, nazarenos genaamd. Afhankelijk van de Cofradia( het
broederschap dat de organisatie in handen heeft) lopen er gemiddeld 1500
tot 2500 boetelingen mee. Allemaal met een puntmuts en een kaars in de
hand. De kaarzen zorgen voor een vette laag op de straat en sommige boetelingen
lopen op blote voeten en dragen soms 2 a 3 kruizen mee. De stoet is op
weg naar de prachtige Kathedraal van Sevilla. Daar gaat ze naar binnen,
wordt gezegend en gaat via de achterkant er weer uit om weer terug te
keren naar haar eigen kerk. Hier praat je over Zij gaat uit, Zij komt
terug. La Macarena is 1 van de belangrijkste Maagden van de stad. Bij
deze paso zingen de mensen en gooien ze rozenblaadjes, bij de Maagd van
Triana, de patrones van de vele zigeuners uit Triana(wijk in Sevilla)
wordt de stoet gevolgd door zigeuners die zingen. La Esperanza wordt ook
guapa genoemd maar dan slechts 1 maal. Het 3 maal roepen van guapa is
alleen bestemd voor la Macarena. Als je dan ziet hoe men de baar door
de nauwe straatjes manoeuvreert en als het gelukt is, het applaus van
de omstanders, gaat er iets door je heen.
We staan
uren te wachten voordat er weer een nieuwe paso voorbijkomt maar er zijn
zoveel mensen. Bijna 4 miljoen mensen bezoeken Sevilla tijdens deze week
en iedereen wil wat zien. Maar zonder dringen of wat dan ook, lukt het
ons om steeds vooraan te staan. We gaan wat eten in de tapasbarretje die
Sevilla rijk is. Spinazie met kikkererwten of kip in het bier, of gewoon
een tortilla met een Tinto de Verano. Rode wijn met een scheut gazeuse
om niet teveel drank naar binnen te krijgen want je moet lang staan. Het
wordt tijd voor de volgende paso.
Donderdag.
Ik heb de smaak te pakken, veer op als ik de muziek hoor. Arabisch klinkend,
bijna vals trompetgeschal. Niet vreemd want Andalucia was tot 1240 een
Islamitisch Rijk. Het heette toen Al Andalus en de moslims hebben ons
de kunst van honing verwerken geleerd en kennis van gedroogde vruchten.
Moet je eens proeven, zo"n gesuikerde sinaasappel of een Pestiño, een
deegrolletje in honing gedoopt met karwijzaad. We nemen nu de buitenwijken
en zien daar pasos die niet met 1200 tot 2500 boetelingen vergezeld worden.
Hier zijn het de kinderen die meelopen en zijn er meer kerkelijke functionarissen
bij betrokken maar de sfeer is gelijk. Eerbiedig en vol met tradities.
Als Zij komt, wordt er gezwegen en geklapt als de costileros de baar weer
op hun nek hebben genomen. Even een uurtje bijslapen want vannacht kunnen
wij niet naar bed maar omdat de winkels bijna meer dicht dan open zijn,
gauw de Cortefiel in voor de zeep, de colonia, de cd-tjes, de boeken voor
de studie en veel gekijk en besluiteloosheid om het boek wel of niet of
wel of niet of wel, toch maar niet. Nou ja toch maar wel te kopen. Kuifje
in Ikealand dus. Ok., dutje na een kannetje sangria en op naar Triana
om la Esperanza te gaan zien. Daar komt Zij. Over de brug. Badend in het
kaarslicht en als een overwinnaar betreedt ze de stad. Het lijkt alsof
ze zweeft en door het schudden van de baar is haar gang herkenbaar. Muziekkorpsen
begeleiden de stoet maar de melodietjes zijn niet uitdagend om mee te
zingen. Treurig en in samenspel met de stoet. Als er een bocht genomen
moet worden of door een nauwe straat, voert de muziek de spanning op en
komt dan tot ontlading waardoor de mensen weer klappen. Het is 04.30 uur
in de ochtend en wij Haar(La Macarena) nog niet uit zien gaan of terug
zien komen. Het is te druk rond de kathedraal. Alle pasos gaan richting
Kathedraal. Door de hoge voordeuren erin en aan de achterkant eruit. Het
is een schouwspel. Dan staan wij op El Salvador te wachten en de vele
puntmutsen slepen zich voort, zij moeten nog 3 uur lopen, voetje voor
voetje. Plotseling beginnen mensen te gillen en te rennen. Het lijkt alsof
er een stier uit Pamplona is losgebarsten maar dan besef ik me dat we
hier weg moeten. Trek Jolita achter een telefooncel en wij gaan op de
grond liggen. De mensen krijsen en schreeuwen en er wordt gejankt en gerend.
Het is vreselijk. Weg van hier, denk je en dan zie je dat ook de andere
straten geblokkeerd zijn met mensen die weg willen.
Wat is
er aan de hand. Tot op heden weet niemand het. De Junta van Andalucia,
de autonome regering zegt dat er sprake is van een samenzwering. Er is
een film die gaat over een moord tijdens de Semana Santa en dat men heeft
geprobeerd dit na te spelen. De onrust brak uit op verschillende plaatsen.
De Gemeente zegt echter dat er een bedreiging was door een dronken vent
met een mes en dat het rennen van de politie de toeschouwers in paniek
heeft gebracht. Het was niet leuk en wij vonden het vreselijk voor al
die mensen die van goede wil waren. Nog nooit is er iets gebeurd, ondanks
de enorme hoeveelheden mensen en nu in het jaar 2000, komt de eerste tegenvaller.
Wij gaan weg van het centrum maar keren na 45 minuten en dan is de rust
weergekeerd. De mensen zijn verslagen, zij durven niet lang te blijven
staan en sommige boetelingen hebben er ook de brui aangegeven.
Ik kom
om 0800 terug in het hotel, ontbijtje en veel slaap. In de middag gaan
we weer verder. De avond is voor de Gran Poder, een paso zonder muziek.
Het is doodsstil op het plein van Lorenzo. De lichten gaan uit en verlicht
door de kerklampen komt dan de laatste figuur uit de kruisweg naar buiten.
Doodsstil en bij het huis om de hoek, begint een man spontaan een saeta
te zingen ter ere van de Christus. Gevolgd door een klaagzang van een
vrouw die het leven van Maria bezingt. Onvergetelijke momenten. Wij gaan
terug naar het centrum en drinken een Agua de Sevilla op het vele wat
we gezien hebben. Dat doen wij in de bar Carloche. Ik wist niet wat me
overkwam. Een bar die ingericht is als een kapel. Met heuse beelden en
draperieën en kleden en bloemen precies zoals buiten plaatsvond. Kun je
hier een borrel drinken? Mag je hier praten? Ja hoor, de bar is altijd
zo ingericht. Ondertussen zijn er ook andere gasten binnengekomen. De
dames dragen mantilla's, vastgespeld op hoornen kammen hetgeen een zeer
elegante uitstraling heeft/ De mannen in kostuum, bijna op hun Paasbest.
Traditioneel voor de Goede Week. De volgende dag, museum tijd want winkels
zijn dicht. De paviljoens van de Expo 1929 zijn prachtig mooi en de Expo
1992 is een flop geworden. De paviljoens staan te verrotten en het ziet
er troosteloos uit.
Over
een week beginnen de April feesten in Sevilla. Bedrijfsdagen, kun je ook
noemen maar nu komen van Rocio te paard in hun flamenco -jurken en strakke
pakken met hoeden. Ach, ik wil hier nog even blijven. Wij bezoeken exposities
en rusten veel met tapas en tintos. Het is prachtig weer, erg warm zelfs
en dat is ook niet altijd het geval tijdens deze dagen. Spreken nog met
Hollandse vrienden Jolita en dan zijn wij weer bijna op de terugreis.
Nog even naar dit en een bezoekje aan een prachtige barok kerk, een stijl
die je ook in Zuid-Amerika aantreft en dan het laatste kruisje in het
wijwatervat. Zondag, we gaan naar huis. Dag kathedraal, dag tapasbar,
dag leuke mensen van Sevilla. Ik zie een puppie op straat, duidelijk achtergelaten,
Jolita meent dat wij ervor moeten zorgen en zo sjokken wij nog 2 uur door
de stad opzoek naar een opvangadres. Het is gelukt en onze Loli, heeft
onderdak. Mooie afsluiting Paasweek.
Liefs
en groeten
Leo
|